Posts or Comments 27 January 2012

Open Educational Resources Robert Schuwer | 26 Dec 2011

Filter op doel van een leermiddel?

Op de helpdesk van Wikiwijs kwam het volgende idee binnen, ingestuurd door een docent.

“Veel docenten zullen het aanwezige materiaal graag ook gebruiken voor remediërende doeleinden. Er is op de site ook veel materiaal aanwezig. Alleen is het niet gemakkelijk te vinden. Welke zoekopdracht werkt wel? Welke niet? Daarom zou ik voor willen stellen om onder HAVO, VMBO etc ook de vaste zoekterm Remediëring op te nemen.”

Om te kunnen filteren op de voorgestelde term zal er eerst een metadataveld moeten worden gecreëerd waarin “Remediëring” een van de waarden is. Een dergelijk veld zou bijvoorbeeld “doel van het leermiddel” kunnen zijn (met naast remediëring ook waarden als “herhaling”, “probleemstelling”, “verdieping”). Dit veld bestaat echter nog niet in de standaard afspraak voor Nederland NL-LOM en ook niet in LOM, de wereldwijde standaard waarvan NL-LOM een afgeleide is. Daarnaast kan een leermiddel meerdere doelen hebben, afhankelijk van de context waarin het gebruikt wordt. Een verdieping van een leermiddel over goniometrie voor HAVO zou een standaard leertekst voor VWO kunnen zijn.

Er is een aantal bezwaren tegen deze werkwijze. Allereerst zou toevoegen van dit veld aan de standaard betekenen dat de last van metadateren nog groter wordt dan het nu al is. Het risico bestaat dat, wanneer dit veld niet verplicht wordt gesteld, het ook niet wordt ingevuld. Dat zien we nu al gebeuren bij reeds bestaande velden in de standaard (zoals kerndoel). De contextgevoeligheid van het veld vermindert ook de waarde ervan bij het zoeken. Om volledig te zijn moet je kunnen voorzien in welke contexten het leermiddel welk doel kan dienen. Door de veelheid van mogelijke contexten lijkt dat een schier onmogelijke taak.

Een alternatief voor de metadata is gebruikers van het materiaal te stimuleren het doel van het gebruik als notitie toe te voegen aan het materiaal, zodat het voor anderen zichtbaar wordt in welke contexten het materiaal wel of minder voldoet. Dat zou ook middels een apart keurmerk kunnen, waarbij een groep de kenmerken waaraan remediërend leermateriaal moet voldoen heeft gespecificeerd en op basis van die kenmerken leermateriaal van een “remedie-keurmerk” kan voorzien.

Een ander alternatief is letterlijk te doen wat de docent voorstelt: zoekopdrachten gereedzetten waarvan de scope en de context goed beschreven zijn. Gebruikers van Wikiwijs kunnen worden gestimuleerd dergelijke zoekopdrachten te delen. Dit is wellicht minder werk dan beschrijven van afzonderlijke leermaterialen en kan ook tegemoet komen aan de veelheid van contexten door daarop te generaliseren. Misschien iets voor een volgende release van Wikiwijs?

Wat meer in de toekomst zouden technieken afgeleid van het semantisch web kunnen worden gebruikt. Hierbij worden de “sporen” die iedere gebruiker in het systeem achterlaat gebruikt om gebruiksgegevens af te leiden van het materiaal in kwestie zonder dat een gebruiker hier extra moeite voor hoeft te doen. Ik noem dat de “Amazon.com”-functies: op basis van wat eerdere gebruikers in het systeem hebben gedaan en overeenkomsten in profieleigenschappen kan worden afgeleid of leermiddelen mogelijk voor jou van nut kunnen zijn.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 06 Oct 2011

OER en vermijden van verkeerde studiekeuze

Eén van de potentiële mogelijkheden van het aanbieden van een open cursus is het aanbieden van een dergelijke cursus aan VO-leerlingen die overwegen een vervolgopleiding in een bepaalde richting te doen maar nog geen goed beeld hebben van wat een dergelijke opleiding precies inhoudt. De idee is dat een leerling een open cursus bestudeert, eventueel een tentamen aflegt, maar vooral daarmee ervaart of de inhoud wel datgene is wat hij of zij gedacht had. Dit kan, naast alle andere oriëntatiemogelijkheden die er momenteel al geboden worden door universiteiten en hogescholen, een verkeerde studiekeuze voorkomen.

Al enkele jaren biedt het Calscollege in Nieuwegein aan leerlingen uit 4 en 5 VWO de mogelijkheid een cursus van 25 uur uit het OpenER-aanbod te bestuderen en daar een tentamen over af te leggen. Het afgelopen schooljaar hebben ongeveer 15 leerlingen van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Om na te gaan of deze ervaring effect heeft gehad op al reeds aanwezige (vervolg)studieplannen is een kleine survey gehouden. Deze survey is door 10 personen ingevuld en leidde tot de volgende resultaten.

  • 1 persoon gaf aan vooraf al zeker te weten wat te gaan studeren, 6 personen gaven aan wel te weten wat te gaan studeren, maar nog niet zeker te weten of hun keuze wel juist was en 3 personen gaven aan nog geen keuze te hebben gemaakt.
  • De persoon die zeker wist wat te gaan studeren (Psychologie) koos voor de korte cursus Psychologie en wist na afloop zeker dat zijn/haar keuze voor de vervolgopleiding juist was.
  • Van de 6 personen die nog twijfel hadden over de door hen gekozen vervolgopleiding gaven er 2 aan dat ze door de ervaring met de korte cursus (Inleiding recht) uiteindelijk voor een andere vervolgopleiding hebben gekozen. De overige 4 gaven aan dat de ervaring met de door hen gekozen korte cursus (Psychologie en Projectmanagement) hun twijfel over de door hen gekozen vervolgopleiding had weggenomen.
  • Van de 3 personen die aangaven vooraf nog geen keuze voor een vervolgopleiding te hebben gemaakt hadden 2 inmiddels wel een keuze gemaakt en twijfelt de 3e nog tussen 2 richtingen. De ervaringen met de korte cursussen van hun keuze hadden echter geen invloed op dat beslisproces.

Met name het effect van het volgen van de korte cursus voor de 6 personen met twijfel is interessant. Natuurlijk kunnen uit deze korte survey met het kleine aantal personen geen generaliseerbare conclusies worden getrokken over het effect van aanbieden van OER op studiekeuze. Zo blijven er vragen als “waren er ook andere omstandigheden die in combinatie met het bestuderen van de cursus voor het effect hebben gezorgd?”,  “is een tentamen afleggen echt nodig of zou het effect ook zonder dat tentamen zijn bereikt?”, “Is het effect groter voor studierichtingen waarvoor op het VO geen voorbereidende vakken bestaan (zoals Recht of Psychologie, in vergelijking tot bv. wiskunde of Nederlands)?”, “Is een VO-leerling eerder geneigd een open cursus te bestuderen dan een proefcursus die in gesloten vorm wordt aangeboden?”. De resultaten geven aanleiding een diepgaander onderzoek in te stellen naar het effect van vooraf aanbieden van vrij beschikbare cursussen.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 23 Jun 2011

Keurmerkgroepen in Wikiwijs

Gisteren was ik bij een bijeenkomst met schoolleiders over het gebruik van keurmerken in Wikiwijs. Ieder van de aanwezigen vertegenwoordigde een specifieke groep scholen in Nederland. Vertegenwoordigd waren het Technasium, de Nederlandse Montessorivereniging (sectie VO), Nederlandse Dalton VerenigingVereniging voor gereformeerd schoolonderwijs en de Amarantis onderwijsgroep. Het doel van de bijeenkomst was voornamelijk meer informatie verschaffen over het gebruik van keurmerken binnen Wikiwijs ( wat komt erbij kijken, wat zijn de mogelijkheden, waar loop je tegenaan).

Het inspirerende aan deze bijeenkomst was dat de aanwezigen een mooie vertegenwoordiging vormde van wat wij in ons achterhoofd hadden toen we het idee van keurmerken specificeerden. Met een keurmerk kan een organisatie hun opvatting over kwaliteit van leermateriaal zichtbaar maken binnen Wikiwijs en daardoor voor de docenten die ze vertegenwoordigen de selectie eenvoudiger maken (hoewel het niet beperkt is tot alleen die groep doecenten). Deze behoefte kan ontstaan vanuit een specifieke didactische visie op het onderwijs (Dalton, Montessori), een visie vanuit geloofsovertuiging (reformatorische scholen) danwel een visie die door meerdere scholen binnen een organisatie gedeeld wordt (de onderwijsgroep).

Twee zaken die er voor mij uitsprongen. In november organiseert de Nederlandse Montessorivereniging voor hun leden een leermiddelendag. Op die dag wordt op diverse montessorischolen door docenten materiaal beoordeeld (in een face2face setting), waarna (is althans de bedoeling) materiaal een keurmerk van hen kan krijgen. Hiermee zal ook het beoordelingskader naar alle waarschijnlijkheid veel scherper kunnen worden geformuleerd. Het tweede was de observatie van één van de deelnemers dat het aantrekkelijk kan zijn voort te bouwen op reeds bestaande keurmerken. Zo zou je, indien je achter het kwaliteitsmodel van het keurmerk VO-Content staat, jouw keurmerk kunnen formuleren als “voldoen aan dat van VO-Content + nog iets meer”. Een dergelijke aanpak zou een “woud” van elkaar overlappende keurmerken kunnen voorkomen (hoewel dat momenteel nog als een luxeprobleem werd beschouwd door de aanwezigen).

Open Educational Resources Robert Schuwer | 01 Jun 2011

Minimale kwaliteit van digitaal leermateriaal

In een eerdere blogpost schreef ik al eens over het kwaliteitssysteem van Wikiwijs. Dit jaar en komend jaar wil ik redacteuren steekproefsgewijs leermateriaal dat in Wikiwijs vindbaar is laten beoordelen op kwaliteit. Deze beoordeling wil ik gebaseerd hebben op een kwaliteits”model” dat aan de volgende eisen voldoet:

  • Criteria moeten tamelijk eenvoudig operationaliseerbaar zijn
  • Criteria moeten geen uitspraak doen over de toepasbaarheid van materiaal in een specifieke context. Dat betekent bijvoorbeeld dat al dan niet juist toepassen van een visie op (vak)didactiek geen criterium is.

Dat bracht mij op het vraagstuk “welke criteria bepalen minimale kwaliteit van digitaal leermateriaal en hoe moeten die criteria geoperationaliseerd worden?”. De vraag stellend op Twitter (onder de hashtag #durftevragen) leverde een aantal reacties op. Theo Poot wees me op de kwaliteitscriteria van de Onderwijsvernieuwingscooperatie. Muiswerk attendeerde me op een Youtube filmpje over hoe te komen tot de keuze voor digitaal leermateriaal. Verder heeft VO-Content een kwaliteitskader opgesteld. In een E-Xcellence project is enige jaren geleden een studie gedaan naar kwaliteit van e-learning (waarvan kwaliteit van leermateriaal een onderdeel uitmaakt). KlasCement werkt al jaren met redacteuren en via Hans de Four kreeg ik mondeling de criteria waarmee zij een globale kwaliteitstoets uitvoeren.

Dit alles samen leidde tot de formulering van een model waarbij de criteria op twee niveaus worden ingedeeld:

  • Niveau 1: minimaal. Wanneer leermateriaal niet voldoet aan één van deze criteria dan wordt via de klachtmeldprocedure van Wikiwijs dit gemeld aan de auteur. Wanneer dit niet leidt tot verbetering dan wordt het materiaal niet vindbaar gemaakt in Wikiwijs.
  • Niveau 2: bij voorkeur. Dit zijn eisen waaraan het materiaal liefst zou moeten voldoen, maar die geen reden zijn het materiaal af te keuren.

Op niveau 1 zijn momenteel de volgende criteria met hun operationalisering geformuleerd:

  • Geen spelfouten: maximaal 3 spelfouten in steekproef van 100 woorden toegestaan. (Is wat tegenstrijdig, maar die nooit spelfouten maakt moge de eerste steen werpen ;-))
  • Goed contrast (bij webpagina’s): lichte achtergrond met voldoende donkere letters
  • Afspeelbaar op gebruikelijke pc of Mac: geen installatie van extra tools nodig om materiaal te kunnen gebruiken
  • Geen dode links in materiaal aanwezig: geen dode links in steekproef van maximaal 10 links uit het materiaal
  • Metadata correct ingevuld: Schooltype, titel, omschrijving, kosten en aggregatieniveau moeten correct zijn
  • Copyright cleared (voor materiaal in de eigen repository van Wikiwijs): van alle afbeeldingen en teksten moet duidelijk zijn dat de auteur alle rechten bezit om het onder een open licentie te mogen publiceren.
  • Niet verouderd. Dit is al wat lastiger te operationaliseren. Met name gaat het hier om situaties waar het als hinderlijk wordt ervaren dat het materiaal verouderd is. Voorbeeld: gebruik van gulden in plaats van euro bij rekenopgaven. Antivoorbeeld: niet vermelden van overlijden indien een persoon tussen publicatie van materiaal en beoordeling is overleden.

Op niveau 2 zijn criteria o.a. afwezigheid van grammaticale fouten, aanwezigheid van leerdoelen bij een les of lessenreeks en aanwezigheid van bronvermelding.

Het model is nu onder review. Zodra die review gedaan is zullen redacteuren beginnen met hun globale toetsing.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 06 May 2011

Trends in OER

Van 4 t/m 6 mei werd in Boston de jaarlijkse meeting van het Open Courseware Consortium (OCWC) gehouden. Op de net gestarte blog van de Special Interest Group OER van SURF heb ik daar, samen met Martijn Ouwehand van de TU Delft, al uitgebreid verslag over gedaan. Er was een uitgebreide delegatie uit Nederland (3 personen van de OU, 6 van de TU Delft en 1 persoon van de RU Groningen).

Terugblikkend waren voor mij de volgende zaken opvallend. Het sustainability vraagstuk werd regelmatig genoemd, maar was niet prominent aanwezig in de presentaties die werden gegeven. Wel is de “use” een vaak genoemd vraagstuk. Onder “use” wordt verstaan aantoonbaar aan te kunnen geven hoe OER daadwerkelijk wordt gebruikt en welke effecten het heeft op de lerende, de docent en de instellingen. Een tweede onderwerp waar veel aandacht naar uitging is het certificeren van informeel leren met OER. Ook opvallend vond ik het toenemend aantal landen waar maatregelen op nationaal niveau waren genomen om OER bij de instellingen ingevoerd te krijgen. Dit werd onder meer duidelijk tijdens drie presentaties vanuit Indonesië en Brazilië.

Mooi voor de TU Delft was de benoeming van Anka Mulder (onderwijsdirecteur aan de TU) tot voorzitter van de Board van het OCWC. Leuk voor ons was de “Award for OCW Excellence” die we in de categorie “Multimedia” ontvingen voor de open cursus Metabolaspel van Johan van Rhijn (NW) en Jeroen Berkhout. Het was dit jaar voor het eerst dat er awards werden uitgereikt door de OCWC en dan is het eervol als een OU-cursus er ook eentje krijgt.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 29 Apr 2011

Licenses for Open Educational resources

For a paper I am writing together with my colleague Ben Janssen, I have explored the sites of institutional members and consortium members of the Open Courseware Consortium (OCWC). The goal was to find out which licenses were used among those members. During this exploration, I came across several issues.

Method

For each member, the site of the OCWC offers a link to the main website of that member. For those members who have provided this, also the direct link to the open courseware site is offered. When the latter was provided, I followed the link to the OCW-site and searched for information about the license. In the other case, I followed the link to the main website and from there tried to find the open courseware subsite. A lot of non English sites offered the possibility to get an English version. Where this functionality was not available I used the automatic translation offered by Google Chrome. To find the open courseware subsite I used the sitemap or (when this failed) searched on the keywords ocw or open courseware.

Results

The results were somewhat surprising to me. I have looked at 197 sites of institutional members and 4 sites of consortium members. This was what I found:

  • 1 main site gives a 404 error (not found)
  • 7 OCW subsites give a 404 error
  • 1 site will be discontinued 1 May 2011
  • 3 sites are mirrors of MIT OCW (using a CC-BY-NC-SA license)
  • On 71 sites (!) the OCW subsite could not be found by me
  • 18 sites do not formulate the license
  • 2 sites use a self-formulated license text
  • 2 sites formulate a range of Creative Commons licenses (or closely related to those), dependant on the course
  • The remaining 97 sites use a Creative Commons license:
    • 4x CC-BY
    • 4x CC-BY-SA
    • 2x CC-BY-NC
    • 73x CC-BY-NC-SA
    • 14x CC-BY-NC-ND

Why are these results so surprising for me? Well, first I was not expecting so many OCW-sites that I was not able to find. Maybe I have used the wrong methods, but where in most cases offering open courseware should have a marketing effect, I would expect a link on the main page or in the main menu to the OCW subsite. The second surprising fact were the 18 sites where I could not find information about the license that is used. When reuse and remix of the open courseware is one of the goals OCWC is striving at, information about the license is crucial for that purpose. The third surprising fact were the 14 sites using a CC-BY-NC-ND license. I was not expecting this high number. I am curious to know about the motivations for this choice.

Some other remarks about this exploration:

  • There were 4 sites from consortium members representing institutional members. Two of them (Universia and Japan OCWC) formulate a CC-BY-NC-SA license on their site. It is remarkable that not all members of these consortia use the same license for their OCW-site.
  • One site offers courses with a CC-BY-SA license, but some of the courses were not licensed at all.

I was not surprised though by the low number of sites using a license without the NC clause. Actually, that finding will be part of the paper I am writing with Ben Janssen and was the main reason I did this exploration. I expect to be able to blog on this in several weeks.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 21 Apr 2011

Digitale rechten

Gisteren was ik aanwezig bij de jaarlijkse SIG netwerkdag van SURF. Op deze dag komen leden van alle Special Interest Groups van SURF bij elkaar. In de ochtend was er een plenair deel met een onderwerp waar alle SIG’s wel mee te maken hebben. Dit jaar was dat onderwerp Digitale rechten, en dan met name auteursrecht en privacy. De SIG Surf-DiRect is daar inhoudelijk het meest mee bezig. Wilma Mossink van SURF liet zien wat die SIG al aan informatie heeft verzameld. De hoeveelheid content in en toegankelijkheid van die verzameling is indrukwekkend.

In de middag had iedere SIG een eigen sessie. De SIG-OER zette de sessie van de ochtend voort met een presentatie van Wilma Mossink over licenties voor open content en welke aspecten een rol kunnen spelen wanneer je voor de keuze staat een licentie te kiezen (veelal op instellingsniveau). De presentatie spitste zich toe op de Creative Commons licenties. Deze zijn het meest gebruikt in de OER-wereld. Na de presentatie presenteerden Ria Jacobi van de Universiteit Leiden en Martijn Ouwehand van de TU Delft ieder een casus uit hun eigen OCW-site met een rechtenproblematiek. Uit deze praktijkcases werd nog eens duidelijk enerzijds hoe complex de materie kan zijn wanneer je er werkelijk mee aan de gang gaat, maar anderzijds ook dat er, wanneer je de keuze voor een licentie gemaakt hebt, relatief eenvoudige procedures en werkwijzen kunnen zijn om ervoor te zorgen dat de content conform de licentie correct gepubliceerd kan worden. Zo kwam het adagium “Ontwerp vanaf het begin met een open publicatie in gedachten” naar voren. Kies dus van meet af aan voor media met een open licentie. Wilma Mossink noemde zo tussen neus en lippen door een rijtje aanbevelenswaardige sites waar open multimediale content gevonden kan worden. (Zoals gebruikelijk openen alle verwijzingen in een nieuw venster).

  • Lezing van Lawrence Lessig over gebruik van open licenties
  • Open Beelden, een open mediaplatform dat toegang biedt tot audiovisuele collecties die eenvoudig hergebruikt kunnen worden.
  • Europeanaenables people to explore the digital resources of Europe’s museums, libraries, archives and audio-visual collections
  • Site van SURF-Direct
  • DOAJ, een directory met toegang tot honderden open access journals
  • De Open Courseware site van de Universiteit Leiden.
  • Opnames ochtendsessie met o.a. presentatie van Wilma Mossink (video opname met parallel sheets)
  • Presentatie van Wilma Mossink tijdens de middagsessie (video opname met parallel sheets)

Open Educational Resources Robert Schuwer | 25 Mar 2011

(Wiki + Hoger_Onder)wijs

Bij de lancering van de proefversie van Wikiwijs in december 2009 werd alleen het PO, VO en MBO ondersteund. Deze beperking was voornamelijk ingegeven door de korte tijd die we hadden om de eerste proefversie in de lucht te krijgen (3 maanden). Sinds september 2010 is Wikiwijs ook voor het Hoger Onderwijs beschikbaar. Dit echter nog in beperkte mate: zelf uploaden van materiaal of het ontsluiten van collecties specifiek gericht op het HO is nog niet mogelijk. Dit heeft verschillende oorzaken.

De belangrijkste oorzaak is het niet ondersteunen door Wikiwijs van de in het HO gebruikte standaard voor metadatering (LoreLOM). We hebben hiervoor gekozen omdat in juni 2010 een nieuwe standaard is opgeleverd in een project van Kennisnet en SURF. Deze standaard, NL-LOM, moet de nu bestaande standaarden LoreLOM en Content Zoekprofiel (voor de ander sectoren) vervangen. Op de eerste versie van deze standaard zijn inmiddels veel amendementen gekomen. Deze worden nu verwerkt en naar verwachting zal in april een nieuwe, stabiele versie van de standaard worden opgeleverd. Toepassing van deze standaard betekent dat de diensten bij Kennisnet waar Wikiwijs gebruik van maakt deze standaard moet gaan implementeren in hun dienst. Met name voor de dienst Edurep (de metadata harvester van de collecties die binnen Wikiwijs benaderbaar zijn) zal dit veel werk betekenen.

Voor het HO heeft SURF enige jaren geleden Lorenet gelanceerd. Lorenet is een harvester die collecties in het HO vindbaar maakt. De intentie is er om de door Lorenet geharveste collecties in Wikiwijs vindbaar te maken. Dat betekent dat op een of andere wijze Edurep en Lorenet gekoppeld moeten worden en dat ook Lorenet aangepast moet worden aan de NL-LOM standaard.

Tenslotte zal ook Wikiwijs zelf aangepast moeten worden aan het werken met NL-LOM.

Bij de ontwikkeling van NL-LOM heeft voorop gestaan dat het niet nodig is om reeds gemetadateerde collecties opnieuw te moeten metadateren. Dat is een groot goed, want dat zou een enorme investering betekenen voor de collectie-eigenaren. Maar evengoed blijft er nog veel werk te doen, met name buiten Wikiwijs. Ik hoop dat ik einde 2011 kan aankondigen dat het HO volledig ondersteund wordt door Wikiwijs. Vanuit Wikiwijs zullen we ook alle invloed die we op versnelling van de benodigde activiteiten kunnen hebben gebruiken. Tot die tijd zal het HO in Wikiwijs wel collecties kunnen bekijken (via de link http://content.wikiwijs.nl/ho) en kunnen materialen uit het HO die (ook) voor PO, VO en/of MBO geschikt zijn worden geupload en dienovereenkomstig worden gemetadateerd. Denk bv. aan materiaal waarmee HAVO- of VWO-scholieren alvast kennis kunnen maken met een vervolgstudie op HO-niveau.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 13 Feb 2011

OER Challenge

Als voorbereiding op de online meeting over de OER University waar ik in mijn vorige blogpost over schreef heb ik de OER challenge gedaan.

Deze challenge geeft je een idee over waar het bij een OER university om gaat:

  • Het stellen van eigen leerdoelen
  • Zoeken naar leermaterialen waarmee de leerdoelen (deels) kunnen worden behaald
  • Zoeken naar mogelijkheden om m.b.v. de leermaterialen te leren. Het kan zijn dat de materialen zodanig zijn dat de leerdoelen in zijn geheel door het bestuderen van de materialen gehaald kunnen worden, maar het kan ook zijn dat additionele activiteiten nodig zijn om de leerdoelen te behalen. Dat is afhankelijk van de leermaterialen en de leerdoelen.
  • Zoeken naar een instituut dat de leerinspanningen wil toetsen en certificeren
Paul Stacey omschreef de challenge als volgt:
The OER Challenge is a dare to all of you that tests out the ideas behind the OER University.
The OER challenge is a three step dare:

Step 1. Identify a set of learning objectives you personally want to achieve.

  • These can be formal or informal.
  • You can find and pursue learning objectives that are part of formal academic offering.
  • You can identify informal personal learning objectives that are an area of interest you’d like to know more about or skill you’d like to acquire.
  • Reply to this OER Challenge post with your objectives in point form.

Step 2. Find OER that help you meet those learning objectives.

  • Pair the OER you find with the learning objectives you identified in step 1.
  • Try and find OER that not only includes content relevant to your learning objectives but learning activities too.
  • Reply to your Step 1 OER challenge post with a follow-on posts or series of posts identifying OER related to your learning objectives.

Step 3. Identify who you’d like to have as your OER credentialing agent.

  • Who is qualified to assess you to ensure the learning has occurred?
  • Who would you like to see as the entity that publicly states that you have achieved those learning objectives?

Mijn challenge formuleerde ik rond mijn wens de snaartheorie ooit eens zodanig te begrijpen dat ik het aan anderen kan uitleggen. Hoe dat uitpakte heb ik hier beschreven. Mijn eerste ervaringen zijn dat het vinden van geschikt leermateriaal relatief eenvoudig was, maar dat ik er nog niet in ben geslaagd additionele diensten te vinden waar ik, al dan niet tegen betaling, online bijvoorbeeld van gedachten kan wisselen met experts (bijvoorbeeld door het stellen van vragen). Ik kan echter wel vast aan de slag met de materialen.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 08 Feb 2011

Ultiem open?

Dit jaar staat de OER-gemeenschap stil bij het feit dat 10 jaar geleden MIT besloot al haar leermaterialen onder een open licentie beschikbaar te stellen. Een initiatief dat wereldwijd door honderden instituten voor hoger onderwijs is gevolgd, zij het in veel gevallen in mindere mate dan het MIT.

De afgelopen 10 jaar hebben allerlei ontwikkelingen te zien gegeven, van tamelijk basale zaken als “hoe realiseer je publiceren van open materialen”, “welk systeem kun je ervoor gebruiken”, “hoe overtuig ik mijn bestuurders dat OER goed kan zijn voor onze instellingen”, naar vragen als “hoe kunnen we ervoor zorgen dat OER onze wijze van lesgeven verandert”.

Achter de schermen wordt al langer nagedacht over een idee waarbij informeel en non-formeel leren met gebruikmaking van OER uiteindelijk toch kan leiden tot een assessment en (indien afgelegd met voldoende resultaat) certificering van de geleverde inspanningen. We hebben er met ons OpenER-project mee geëxperimenteerd door bij een vijftal cursussen een examenmogelijkheid te bieden tegen betaling. Enkele tientallen bezoekers van OpenER hebben hier gebruik van gemaakt.

Op 23 februari wordt in Nieuw Zeeland een internationale meeting gehouden over dit thema van een OER University: “OER for Assessment and Credit for Students”. Deze meeting wordt georganiseerd door UNESCO en de OER Foundation en is ook virtueel te volgen. In deze meeting wordt het onderwerp in al haar details over het voetlicht gebracht.

Voor mij is dit de ultieme vorm van open. Uiteraard geeft dit voor universiteiten belangrijke vragen als “wat heeft dit voor gevolgen voor onze curricula”, maar ook vragen als “wat is het civiele effect van een Mastertitel die op een dergelijke wijze verkregen wordt”. Maar ik vind het een uiterst interssante ontwikkeling vanwege allerlei kansen die dit biedt, zoals de potentie om bij de universiteit die top is op een deelonderwerp in een curriculum het onderwerp via hun OER te bestuderen en de mogelijkheid dat gecertificeerd te krijgen (al dan niet bij diezelfde universiteit).

Meer informatie over dit initatief is hier te vinden (verwijzing opent in een nieuw venster).

Next Page »