Open Educational Resources Robert Schuwer | 16 Dec 2009
Wijs zonder wiki
Met name na de lancering van Wikiwijs op 14 december kwamen veel reacties via allerlei kanalen. Positief, maar ook kritisch en soms ronduit negatief. De meeste kritiekpunten hadden we als programmateam al ingecalculeerd en waren voor een groot deel ook terecht. Door de tijdsdruk die er op het project lag (dit kalenderjaar moest er “iets” online) lag het voor de hand dat nog lang niet alles perfect werkt. Deze proeffase dient dan ook ervoor dingen uit te testen en op basis van de ervaringen het platform verder uit te breiden en te verbeteren, zowel qua functionaliteit als qua inhoud.
Eén punt van kritiek begrijp ik echter niet. In diverse bronnen werd de verbazing geuit dat het geen wiki was. Uiteraard verwacht je een wiki bij een naam als Wikiwijs. In eerdere bronnen (het programmaplan en de initiële studie van CapGemini) is echter al aangegeven waarom we wel de wiki-gewijze gedachte implementeren (gezamenlijk werken aan leermateriaal), maar waarom we daarvoor niet voor een wiki-platform hebben gekozen. Al direct na de lancering van het idee door Ronald Plasterk in december 2008 kwam er van verschillende kanten terechte kritiek op het feit dat gesuggereerd werd leermateriaal op een wiki-platform te gaan ontwikkelen (zie bv. de blog van Margreet van de Berg).
De keuze om niet voor een wiki-implementatie te kiezen is onder andere gebaseerd op een principe dat voor mij al 25 jaar een leidraad is bij systeemontwikkeling. De functionele en kwaliteitseisen van een systeem worden afgeleid uit de kenmerken van de processen en activiteiten die door het systeem moeten worden ondersteund. Theo Bemelmans (afgebeeld op de bijgaande foto) heeft dit principe geformuleerd in een leerboek begin jaren ‘80 en sindsdien is een hele generatie informatiekundigen afgeleverd die dit principe kennen. Toch bestaat nog steeds de neiging uit te gaan van de eigenschappen van een tool wanneer het gaat om realiseren van geautomatiseerde ondersteuning voor activiteiten. Dat is wel eens geformuleerd als “wanneer je een hamer hebt lijkt ieder probleem op een spijker” (of een alternatieve formulering die ik van een oud-collega hoorde “in tijden van nood kun je aardappelen schillen met een bijl, maar handig is het niet”).
Er is een aanpak waarin de tool leading kan zijn, maar dat behelst ook het herontwerpen van de organisatie om de activiteiten zodanig uit te voeren dat de tool daarbij optimaal ondersteunt (Business Process Redesign). Dat is in het geval van Wikiwijs niet aan de orde.
Al eerder heb ik me verbaasd over de onbekendheid met dit principe in onderwijsland (voor de liefhebber: zie hier mijn bijdrage aan het liber amicorum ter gelegenheid van het emeritaat van Theo Bemelmans in 2004).
Met de lancering van Wikiwijs naderend in deze blogpost toch weer even een bespiegeling over de door Wikiwijs gebruikte licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY). De afgelopen weken heb ik diverse discussies gehad, zowel binnen als buiten het Wikiwijs programmateam over deze keuze.
Hoewel het idee voor Wikiwijs pas eind 2008 door minister Plasterk wereldkundig werd gemaakt, waren er al eerder plannen in die richting. In dat kader werd een aanvraag ingediend voor realisatie van dat plan mbv FES-gelden. Het Centraal Planbureau heeft toen alle projecten die waren ingediend, beoordeeld. Het resultaat daarvan is te vinden in een rapport dat in april 2009 is gepubliceerd en
Sinds de start van OpenER in 2006 is er rondom open content aan de OU veel gebeurd. Een stand van zaken op dit moment:
Gisteren was ik, ter gelegenheid van het afscheid van een oud-collega, uitgenodigd bij een BBQ aan de TUE, bij de vakgroep Information Systems van de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences (in “mijn tijd” de vakgroep Information Technology bij de faculteit Technische Bedrijfskunde). Om eens te kijken wie er daar nog rondliep uit de periode dat ik er werkte bezocht ik hun webpagina. Daar viel mijn oog op de volgende passage uit een Engelstalige vacaturetekst voor een UD: “Candidates have an excellent mastering of the English language in writing and speaking; mastering of the Dutch language is a pro but not a strict requirement.”. Hoewel ik begrijp dat in de wetenschap Engels de lingua franca is, vond ik met name de laatste toevoeging toch wel erg ver gaan. Aan de TUE studeren in de Bachelorfase vooral Nederlanders en de UD zou ook daar colleges moeten verzorgen.
De afgelopen week zat de projectgroep Wikiwijs een aantal dagen “op de hei” om meters te kunnen maken met het in juli op te leveren projectplan. “De hei” was ditmaal het Studiecentrum Eindhoven, waar we uitstekend verzorgd werden door de staf van dat centrum, waarvoor mijn dank. Naast de vaste projectgroep (waar namens de OU Darco Jansen en ondergetekende deel van uitmaken) werden op gezette tijden ook anderen ingevlogen om deel te nemen aan de discussies en de planvorming.
Naar aanleiding van mijn vorige post kreeg ik van mijn gewaardeerde collega (laat ik hem voor het gemak maar DJA noemen) een reactie over de achtergronden voor bijvoorbeeld het besluit geen Creative Commons licentie aan RdMC-producten te “hangen”.
Eén van de eerste reacties die ik kreeg van een collega van het Ruud de Moorcentrum (RdMC) toen ik drie jaar geleden benaderd werd om het OpenER project te leiden was “het RdMC produceert al jaren alleen maar open materiaal”. Nu, drie jaar verder, wil ik wel reflecteren op deze uitspraak en met name het waarheidsgehalte daarvan nagaan.
Publiceren van open leermiddelen betekent ook aandacht geven aan de licentie waaronder het wordt gepubliceerd. Een veelgebruikte licentie hiervoor is de Creative Commons (CC) licentie. Bij een CC-licentie maak je voor de gebruiker duidelijk welk soort gebruik toegestaan is. Bij de meest liberale CC-licentie wordt (her)gebruik toegestaan als naamsvermelding plaatsvindt van de oorspronkelijke bron. In het CC-jargon heet dat “CC-BY”. Deze licentie kan restrictiever worden gemaakt door alleen niet-commercieel hergebruik toe te staan (”CC-BY-NC”) en/of geen afgeleide werken toe te staan (”CC-BY-ND”) en/of herpublicatie alleen toe te staan onder dezelfde CC-licentie (”CC-BY-SA”).
Rondom open leermiddelen bestaan veel aannames die, hoewel hardnekkig, in de grond onjuist zijn. Samen met collega Darco Jansen van het Ruud de Moorcentrum heb ik een zevental van die mythes verzameld. Een uitgebreide beschrijving ervan zal later elders te lezen zijn. In willekeurige volgorde zijn dit de mythes:
