Posts or Comments 11 March 2010

Open Educational Resources Robert Schuwer | 16 Dec 2009

Wijs zonder wiki

Met name na de lancering van Wikiwijs op 14 december kwamen veel reacties via allerlei kanalen. Positief, maar ook kritisch en soms ronduit negatief. De meeste kritiekpunten hadden we als programmateam al ingecalculeerd en waren voor een groot deel ook terecht. Door de tijdsdruk die er op het project lag (dit kalenderjaar moest er “iets” online) lag het voor de hand dat nog lang niet alles perfect werkt. Deze proeffase dient dan ook ervoor dingen uit te testen en op basis van de ervaringen het platform verder uit te breiden en te verbeteren, zowel qua functionaliteit als qua inhoud.

Eén punt van kritiek begrijp ik echter niet. In diverse bronnen werd de verbazing geuit dat het geen wiki was. Uiteraard verwacht je een wiki bij een naam als Wikiwijs. In eerdere bronnen (het programmaplan en de initiële studie van CapGemini) is echter al aangegeven waarom we wel de wiki-gewijze gedachte implementeren (gezamenlijk werken aan leermateriaal), maar waarom we daarvoor niet voor een wiki-platform hebben gekozen. Al direct na de lancering van het idee door Ronald Plasterk in december 2008 kwam er van verschillende kanten terechte kritiek op het feit dat gesuggereerd werd leermateriaal op een wiki-platform te gaan ontwikkelen (zie bv. de blog van Margreet van de Berg).

De keuze om niet voor een wiki-implementatie te kiezen is onder andere gebaseerd op een principe dat voor mij al 25 jaar een leidraad is bij systeemontwikkeling. De functionele en kwaliteitseisen van een systeem worden afgeleid uit de kenmerken van de processen en activiteiten die door het systeem moeten worden ondersteund. Theo Bemelmans (afgebeeld op de bijgaande foto) heeft dit principe geformuleerd in een leerboek begin jaren ‘80 en sindsdien is een hele generatie informatiekundigen afgeleverd die dit principe kennen. Toch bestaat nog steeds de neiging uit te gaan van de eigenschappen van een tool wanneer het gaat om realiseren van geautomatiseerde ondersteuning voor activiteiten. Dat is wel eens geformuleerd als “wanneer je een hamer hebt lijkt ieder probleem op een spijker” (of een alternatieve formulering die ik van een oud-collega hoorde “in tijden van nood kun je aardappelen schillen met een bijl, maar handig is het niet”).

Er is een aanpak waarin de tool leading kan zijn, maar dat behelst ook het herontwerpen van de organisatie om de activiteiten zodanig uit te voeren dat de tool daarbij optimaal ondersteunt (Business Process Redesign). Dat is in het geval van Wikiwijs niet aan de orde.

Al eerder heb ik me verbaasd over de onbekendheid met dit principe in onderwijsland (voor de liefhebber: zie hier mijn bijdrage aan het liber amicorum ter gelegenheid van het emeritaat van Theo Bemelmans in 2004).

Open Educational Resources Robert Schuwer | 28 Nov 2009

CC-BY en overheid

Met de lancering van Wikiwijs naderend in deze blogpost toch weer even een bespiegeling over de door Wikiwijs gebruikte licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY). De afgelopen weken heb ik diverse discussies gehad, zowel binnen als buiten het Wikiwijs programmateam over deze keuze.

Onderbouwing voor deze keuze is o.a. te vinden in twee documenten. Het ene document is een rapport van Paul Keller van Kennisland en Wilma Mossink van SurfDirect dat eind 2008 is uitgebracht: Hergebruik van materiaal in onderzoeks- en onderwijsomgevingen. In dat rapport (gemaakt in opdracht van Surf) wordt geadviseerd voor open leermaterialen in het hoger onderwijs voor CC-BY te kiezen als licentie met de volgende motivatie: 

“Gezien de voorwaarde van SURF dat de keuze voor een licentie geen hindernissen moet opwerpen voor toekomstig gebruik van de repositories en mogelijk te ontwikkelen diensten die aangeboden worden”.

Het rapport is trouwens zeer lezenswaardig en bevat o.a. een analyse van allerlei open licentievormen en de mate van geschiktheid voor het leermaterialen.

Het tweede document is afkomstig van ccLearn: Why CC BY?. Hier is de volgende motivering te vinden om waar mogelijk voor CC-BY te kiezen:

“The CC BY license is the easiest way to ensure that your OER will have the maximum impact possible in terms of dissemination and reuse. Works licensed with CC BY can be redistributed and adapted without restriction other than attribution. This means the works can be translated, localized, incorporated into commercial products, and combined with other educational resources. CC BY allows these reuses by anyone for any purpose, all with credit to you, the original creator.”

Beide motiveringen geven dus de maximale herbruikbaarheid en verspreiding als onderbouwing. Dat betekent niet dat de discussie rondom licenties binnen Wikiwijs nu al beëindigd is. Ik verwacht hier de komende maanden en misschien jaren nog wel het een en ander. Zo is het voor mij voorstelbaar dat er zoiets komt als “CC-BY tenzij” voor leermaterialen in de Wikiwijs-repository. Het “tenzij” zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor een foto in leermateriaal waarvan de rechthebbende het wel toestaat om te gebruiken, maar niet om het te wijzigen. De foto krijgt dan een variant van een CC-licentie (bv. CC-BY-ND. ND betekent “Non Derivative” ofwel “mag niet gewijzigd worden”). Daarnaast biedt het onderzoeksrapport van Dr. L. Guibault “Auteursrecht en Open leermiddelen” dat in juli 2009 is verschenen in opdracht van de stuurgroep van het programma ‘Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal’ nog genoeg voer voor discussies.

Wat de OER-beweging onder andere wil bereiken is het maximale hergebruik van open leermiddelen. Wikiwijs zie ik daar als een eerste stap in die richting en ik ondersteun daarom de CC-BY keuze ook van harte vanuit dat gezichtspunt bekeken. Er zijn echter meer maatregelen nodig en met name de overheid zou daarin het voortouw kunnen nemen. Eentje ligt er erg voor de hand:

Alle projecten met overheidssubsidie waarin leermaterialen worden ontwikkeld zouden in de voorwaarden moeten hebben staan dat alle leermaterialen na afloop van het project onder een CC-BY licentie beschikbaar moeten komen.

Een dergelijke maatregel zou de hoeveelheid maximaal herbruikbare open leermidelen aanzienlijk doen groeien. Overheid: durf dit aan!

(Afbeelding afkomstig van http://www.flickr.com/photos/creativecommons/ / CC BY 2.0)

Open Educational Resources Robert Schuwer | 20 Nov 2009

Wikiwijs en CPB

Hoewel het idee voor Wikiwijs pas eind 2008 door minister Plasterk wereldkundig werd gemaakt, waren er al eerder plannen in die richting. In dat kader werd een aanvraag ingediend voor realisatie van dat plan mbv FES-gelden. Het Centraal Planbureau heeft toen alle projecten die waren ingediend, beoordeeld. Het resultaat daarvan is te vinden in een rapport dat in april 2009 is gepubliceerd en hier te vinden (verwijzing opent in een nieuw venster). Nu inmiddels de testversie van Wikiwijs gelanceerd is, is het wel aardig eens terug te kijken naar het toenmalige negatieve advies van de CPB en na te gaan of de argumenten die toen golden, in het huidige Wikiwijs nog steeds geldig zijn.

Allereerst over de besteding van de gelden. In de beoordeling werd dit omschreven als “Het grootste gedeelte van de FES-aanvraag is
bestemd voor het afkopen van de auteursrechten van bestaand digitaal lesmateriaal”. Dit zou een marktverstoring veroorzaken. Actueel is een uitgangspunt van Wikiwijs dat niet wordt betaald voor content en licenties van software niet worden afgekocht.

Ook de effectiviteit wordt negatief beoordeeld. In de termen van het oordeel “Ten eerste is het beoogde verlagende effect op het lerarentekort niet evident.”. Een terecht oordeel, omdat m.i. dat verband er helemaal niet is. Hoogstens in hele indirecte zin wanneer een redenering wordt gevolgd waarbij aantrekkelijker maken van het vak van docent zou leiden tot meer instroom bij lerarenopleidingen en een aspect van die aantrekkelijkheid is dat docenten door toepassen van digitaal leermateriaal meer plezier gaan beleven in hun vak. Dat laatste wordt wel bevestigd door een onderzoek dat onlangs in de VS plaatsvond en waarvan ik de link naar de resultaten even niet beschikbaar heb. Die houdt u nog tegoed van me. Verder wordt opgemerkt in het oordeel “Ten tweede roept dit project de vraag op of het voldoende kwalitatief hoogwaardig
lesmateriaal gaat opleveren”, onderbouwd met verwijzingen naar een ervaring in Engeland en studies naar effecten van digitaal leermateriaal op leerprestaties. In Wikiwijs is van meet af aan gemikt op grote betrokkenheid van het veld. De grote uitdaging van Wikiwijs zal worden zo spoedig mogelijk het veld zich eigenaar laten voelen van Wikiwijs. Activiteiten en maatregelen op dat aspect zijn bijvoorbeeld de site www.wikiwijsinhetonderwijs.nl, een gebruikersadviesgroep die vergaand mede de richting van ontwikkeling van Wikiwijs bepaalt en met name bemensd door docenten en veel aandacht voor communityvorming rondom de leermiddelen in Wikiwijs. Met daarnaast de aandacht voor professionalisering van docenten op ontwikkeling en gebruik van digitale leermiddelen zou dit moeten leiden tot het beoogde “Wiki-gewijze” effect waar digitale leermiddelen worden ontwikkeld en doorontwikkeld door de community, waarbij de kwaliteit steeds hoger wordt.

De ongunstige beoordeling van de efficiëntie tenslotte wordt met name onderbouwd door de plannen digitaal materiaal aan te kopen. Zoals eerder is opgemerkt is dat binnen Wikiwijs niet aan de orde.

Een reis terug in de tijd zou in dit kader wel aardig zijn. Hoe zou het voorstel zijn beoordeeld als daarin alle inmiddels opgedane ervaringen en meningen verwerkt zouden zijn. Anderszins is de negatieve beoordeling natuurlijk ook van invloed geweest bij het vormgeven van de huidige plannen. In die zin is er natuurlijk sprake van een leereffect. Of, om in de termen van JC te spreken, “Elk nadeel hep zijn voordeel”.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 24 Oct 2009

stOER, OpenUP, Wikiwijs en….

Sinds de start van OpenER in 2006 is er rondom open content aan de OU veel gebeurd. Een stand van zaken op dit moment:

- OpenER is nog steeds in de lucht. Rondom OpenER ben ik momenteel bezig een business case te schrijven voor OpenUP. Dit op basis van ervaringen met en op aanvraag van het Cals college in Nieuwegein. Het afgelopen jaar hebben leerlingen daar OpenER-cursussen bestudeerd en er tentamen in gedaan, begeleid door eigen docenten. Dit is daar zo goed bevallen dat ze dit jaar weer willen starten hiermee en ze in hun kielzog ettelijke andere scholen meenemen. Intern zal er dan wel e.e.a. gestructureerd moeten worden en daar gaat de business case over.

- Spinozasite staat even stil qua ontwikkeling. Achter de schermen gebeurt echter wel het een en ander. Binnenkort wellicht meer nieuws!

- Zoals op Huisnet was te lezen is ook het project stOER gestart. Het uiteindelijke doel is een strategie rondom OER aan de OUNL te implementeren, waarbij de kosten van het gratis beschikbaar stellen van OER worden gedekt door allerlei diensten eromheen en een daarbij horende grotere toeloop van klanten. Een poging dus om OER op een duurzame wijze gerealiseerd te krijgen, onafhankelijk van projectsubsidies.

- De OUNL is samen met Kennisnet druk bezig met het realiseren van Wikiwijs, het landelijke platform voor creëren en delen van OER door alle onderwijssectoren. Wikiwijs kent een ambitieus tijdschema met een oplevering van de eerste versie op 14 december. De OUNL is met name verantwoordelijk voor Onderzoek (o.l.v. Hans van Buuren), Professionalisering (o.l.v. Darco Jansen) en Content (o.l.v. ondergetekende). Bij dit laatste project gaat het er niet om zelf content te maken, maar ervoor te zorgen dat (open) content beschikbaar komt, dat er een kwaliteits”systeem” gerealiseerd wordt, een model voor versiebeheer van de content ontworpen en geïmplementeerd wordt, en allerlei andere aspecten die direct met content te maken hebben.

Naast deze projecten lopen ook nog Netwerk Open Hogeschool (voornamelijk binnen Informatica), het EU-project ShareTEC (Europese repository voor OER voor Teacher Education), een project met DigilessenVO (een stichting van 30 samenwerkende VO-scholen waarin open leermaterialen worden gecreëerd en gedeeld), Leraar24 (voornamelijk vrij beschikbare video’s waarin aspecten van professioneel handelen van onderwijsgevenden in beeld worden gebracht), TenCompetence (ontwikkeling van open tools voor levenlang leren), en waarschijnlijk vergeet ik er nog wel enkele.

Concluderend mag wel worden gezegd dat het adjectief Open in onze naam zo een geheel nieuwe dimensie heeft gekregen.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 05 Sep 2009

Taalkwestie

Photo by shawn-i-am@flickr.comGisteren was ik, ter gelegenheid van het afscheid van een oud-collega, uitgenodigd bij een BBQ aan de TUE, bij de vakgroep Information Systems van de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences (in “mijn tijd” de vakgroep Information Technology bij de faculteit Technische Bedrijfskunde). Om eens te kijken wie er daar nog rondliep uit de periode dat ik er werkte bezocht ik hun webpagina. Daar viel mijn oog op de volgende passage uit een Engelstalige vacaturetekst voor een UD: “Candidates have an excellent mastering of the English language in writing and speaking; mastering of the Dutch language is a pro but not a strict requirement.”. Hoewel ik begrijp dat in de wetenschap Engels de lingua franca is, vond ik met name de laatste toevoeging toch wel erg ver gaan. Aan de TUE studeren in de Bachelorfase vooral Nederlanders en de UD zou ook daar colleges moeten verzorgen.

Navraag leerde me echter dat de achterliggende reden eenvoudig was. De vacature bestaat al enige tijd en er zijn geen Nederlandstaligen te vinden die in voldoende mate aan het profiel voldoen. Of zoals de vakgroepsvoorzitter het formuleerde: “Als we de keuze hebben tussen een goede Nederlander en een wat betere buitenlander die het Nederlands niet beheerst, kiezen we de eerste”.

Iets om over na te denken. Binnen onze OU zijn de meeste cursussen Nederlandstalig en de evaluaties bij OpenER leerden dat cursussen in een andere taal als een drempel worden ervaren. Zouden onze faculteiten, wanneer ze geen geschikte Nederlandstalige kandidaten kunnen vinden, dan toch een dergelijke passage in vacatureteksten moeten overwegen?

Open Educational Resources Robert Schuwer | 20 Jun 2009

Wikiwijswerkweek

WikiwijswerkweekDe afgelopen week zat de projectgroep Wikiwijs een aantal dagen “op de hei” om meters te kunnen maken met het in juli op te leveren projectplan. “De hei” was ditmaal het Studiecentrum Eindhoven, waar we uitstekend verzorgd werden door de staf van dat centrum, waarvoor mijn dank. Naast de vaste projectgroep (waar namens de OU Darco Jansen en ondergetekende deel van uitmaken) werden op gezette tijden ook anderen ingevlogen om deel te nemen aan de discussies en de planvorming.

Aan bod kwamen o.a. het bepalen van de stakeholders, de planning voor het hele programma met de onderlinge afhankelijkheden, de risico’s en maatregelen daartegen, juridische aspecten, communicatie, vastleggen van beelden van de diverse aspecten (zoals de rol van communities en de eisen die aan content moet worden opgelegd), kwaliteit van de content enzovoorts, et cetera. Al met al hebben we zeer veel voortgang gemaakt tijdens deze dagen en ik heb er groot vertrouwen in dat we zullen slagen in onze opdracht.

Onvermijdelijk tijdens dergelijke intensieve sessies zijn de momenten dat je even de teugels laat vieren en in een wat melige bui komt. Bij ons resulteerde dat in varianten op de naam Wikiwijs die bij een aantal aspecten van Wikiwijs gebruikt kunnen worden. Een kleine bloemlezing:

  • Een bus die het land rondtoert om Wikiwijs te promoten: maak een wikireis
  • De prijs voor de school met de beste bijdragen: de wikiprijs
  • Een reclametune (bijvoorbeeld op stations): wiki-wijsje…
  • …Uiteraard te beluisteren onder het genot van een wiki-ijsje…
  • …Aan je verkocht door een wikimeisje
  • Het programma van eisen: de wikilijst
  • Leermiddelen, gericht op de categorie senioren (HOVO): wikigrijs
  • En mocht het programma toch mislukken, dan komt de man met de wikizeis

Open Educational Resources Robert Schuwer | 27 May 2009

Een opener RdMC

Naar aanleiding van mijn vorige post kreeg ik van mijn gewaardeerde collega (laat ik hem voor het gemak maar DJA noemen) een reactie over de achtergronden voor bijvoorbeeld het besluit geen Creative Commons licentie aan RdMC-producten te “hangen”.

Allereerst mijn kritiek over het niet open zijn van de RdMC materialen. DJA wijst op de algemene voorwaarden. Daarin staat dat gebruikers ons materiaal mogen bewerken, distribueren en herpubliceren. Nog sterker: men doet dat al, meestal met kennisgeving.
We hebben eigenlijk een variant van CC-BY-NC waarbij expliciet ervoor gekozen is om dit niet in een CC-licentie te verwoorden. Dit heeft te maken met de beperktheid doelgroep (alleen onderwijsgevenden). De andere reden is gerelateerd aan het lastig kunnen omschrijven van wat commercieel gebruik is en wat niet. Bij OpenER hebben we dit echter wel gedaan, dus waarom is dat bij het RdMC lastiger? Een derde beperking t.o.v. CC heeft te maken met portret- en beeldrechten: men mag het alleen hergebruiken voor de beoogde toepassing waarvoor auteur dan wel portrethebbende toestemming heeft gegeven. Voer voor juristen: is deze laatste beperking niet in aanvullende beschrijvingen toch in te passen in een CC-licentie?
DJA merkt verder op: eigenlijk voldoen we een aan alle criteria van openheid als we ‘iedereen’ veranderen in ‘iedere docent, school en niet commerciele opleiding’. Vrij en niet altijd voor iedereen: CC-NC is een licentie voor open leermiddelen maar sluit een deel van iedereen uit…. Gegeven de opstelling van de overheid t.o.v. openheid (o.a. wat met publieke middelen is vervaardigd moet vrij beschikbaar komen) is het te overwegen de discussie met het Ministerie aan te gaan over deze beperkte doelgroep.
Maar ondertussen gebruiken, herbewerken ook commerciële instellingen onze materialen. In werkelijkheid wordt al ons materiaal hergebruikt, zelfs in methodes van uitgevers (zonder naamvermelding dan wel). Zou dit laatste juist niet pleiten voor een CC-licentie, waarbij je kunt afdwingen dat naamsvermelding plaatsvindt, zodat voor de gebruiker van de commerciële methode het duidelijk is dat er ook een vrij beschikbare variant aanwezig is, zodat hij of zij kan kiezen?

Open Educational Resources Robert Schuwer | 25 May 2009

Open en het Ruud de Moorcentrum

Eén van de eerste reacties die ik kreeg van een collega van het Ruud de Moorcentrum (RdMC) toen ik drie jaar geleden benaderd werd om het OpenER project te leiden was “het RdMC produceert al jaren alleen maar open materiaal”. Nu, drie jaar verder, wil ik wel reflecteren op deze uitspraak en met name het waarheidsgehalte daarvan nagaan.

(Digitaal) materiaal is open als het voldoet aan 4 criteria:

  1. Vrij (gratis) beschikbaar voor iedereen
  2. Vrij te bewerken door iedereen
  3. Vrij te distribueren door iedereen
  4. Vrij te (her)publiceren door iedereen

Wanneer we de RdMC-producten afzetten tegen deze vier criteria voldoen ze alleen aan het eerste criterium en dan nog niet volledig. De producten die het RdMC maakt zijn (conform de voorwaarden van het Ministerie van OCW) om niet beschikbaar voor de doelgroep. Dat is beperkter dan “iedereen”. De overige criteria zijn niet van toepassing op de RdMC-producten. Met name de vraag “gaat het RdMC de producten ook zelf exploiteren?” is van belang wanneer we als RdMC willen overgaan naar echt open producten. Immers: dat bepaalt of je de enige leverancier van diensten rondom de producten wilt zijn of niet. Maar ook de vraag “willen we dat anderen dan RdMC-medewerkers de producten kunnen aanpassen en herpubliceren?”.  Zorg over kwaliteit van de producten beïnvloedt de beantwoording van die vraag.

Er zullen dus nog stevige discussies moeten plaatsvinden over het beleid dat het RdMC wil voeren in dezen voordat de uitspraak van mijn gewaardeerde collega met een volmondig “inderdaad” kan worden gekarakteriseerd (als het al ooit zo ver komt). Misschien iets voor Stradivarius 2? (Voor de niet-RdMC-ers: Stradivarius is de naam van het strategische plan voor RdMC).

Open Educational Resources Robert Schuwer | 19 May 2009

Open licenties

Photo by share@Flickr.comPubliceren van open leermiddelen betekent ook aandacht geven aan de licentie waaronder het wordt gepubliceerd. Een veelgebruikte licentie hiervoor is de Creative Commons (CC) licentie. Bij een CC-licentie maak je voor de gebruiker duidelijk welk soort gebruik toegestaan is. Bij de meest liberale CC-licentie wordt (her)gebruik toegestaan als naamsvermelding plaatsvindt van de oorspronkelijke bron. In het CC-jargon heet dat “CC-BY”. Deze licentie kan restrictiever worden gemaakt door alleen niet-commercieel hergebruik toe te staan (”CC-BY-NC”) en/of geen afgeleide werken toe te staan (”CC-BY-ND”) en/of herpublicatie alleen toe te staan onder dezelfde CC-licentie (”CC-BY-SA”).

In een eerdere blogpost heb ik al eens de problematiek beschreven die optreedt bij andere dan de meest liberale CC-licentie. In een publicatie van Surfdirect wordt uitgebreid ingegaan op allerlei problematieken rondom open licenties. Omdat SURF stelt dat de keuze voor een licentie geen hindernissen moet opwerpen voor toekomstig gebruik van hun repositories en mogelijk te ontwikkelen diensten die aangeboden worden wordt de meest liberale CC-licentie geadviseerd. Voor Wikiwijs moet de discussie hierover nog plaatsvinden, maar persoonlijk ben ik van mening dat ook daar de CC-BY licentie zou moeten worden gebruikt. De “open leermiddelen beweging” is het meest gebaat bij zo groot mogelijke uitwisseling en hergebruik van open leermiddelen, omdat daarmee de toegang tot kennis voor iedereen het meest wordt ondersteund en daarnaast de efficiëntie bij ontwikkeling groter wordt (wielen hoeven niet opnieuw te worden uitgevonden).

Bij de start van het OpenER-project in 2006 is nagedacht over de CC-licentie die zou moeten worden gebruikt. Gekozen is toen om alleen niet-commercieel gebruik toe te staan en herpublicatie alleen onder dezelfde CC-licentie toe te staan (CC-BY-NC-SA). Voor die cursussen waar de OUNL niet van plan is diensten eromheen aan te bieden (en dat geldt voor een groot aantal cursussen bij OpenER) zou de niet-commercieel restrictie kunnen vervallen. Derde partijen kunnen dan waarde toevoegen en een gebruiker heeft dan de keuze: gebruik maken van het vrij beschikbare materiaal of betalen voor een meerwaarde dat aan het materiaal is toegevoegd (waarbij, vanwege de naamsvermelding eis van CC-BY, duidelijk zichtbaar is dat het commercieel verkrijgbare materiaal ook als open leermiddel beschikbaar is). De OU zou daarmee kunnen bereiken dat (veelal voortreffelijke) leermiddelen breder gebruikt worden waardoor de bekendheid van de OU bij doelgroepen groter zou worden.

Bij de implementatie van het model dat de interne Taskforce OER eind vorig jaar heeft ontworpen zou een instellingsbrede discussie over de te gebruiken licentie een onderdeel moeten uitmaken. Achteraf wijzigen van een CC-licentie brengt namelijk erg veel werk met zich mee. Je moet weer terug naar alle rechthebbenden om hun toestemming te vragen.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 21 Mar 2009

Mythes rondom open leermiddelen

Photo by Rob Lee @ Flickr.comRondom open leermiddelen bestaan veel aannames die, hoewel hardnekkig, in de grond onjuist zijn. Samen met collega Darco Jansen van het Ruud de Moorcentrum heb ik een zevental van die mythes verzameld. Een uitgebreide beschrijving ervan zal later elders te lezen zijn. In willekeurige volgorde zijn dit de mythes:

1. Gratis leermiddelen zijn inferieur
2. Oude leermiddelen zijn inferieur
3. Gratis is gratis
4. Met open leermiddelen is nauwelijks geld te verdienen
5. Leraren krijgen weer een taak erbij
6. Open leermiddelen lokken ongewenst free riders gedrag uit
7. Schoolboeken zullen op den duur verdwijnen

Nu de start van de implementatie van Wikiwijs aanstaande is hopen we met de publicatie van deze mythes en hun weerlegging bij te dragen aan meer duidelijkheid over wat open leermiddelen nu inhouden.

Next Page »