Posts or Comments 02 September 2010

Open Educational Resources Robert Schuwer | 07 Jul 2010

NL-LOM, een nieuwe standaard

In Nederland bestaan er diverse standaarden voor het metadateren van leermateriaal. De twee meestgebruikte zijn het Content Zoekprofiel (CZP) en Lorelom. CZP is vooral bestemd voor PO, VO en MBO, terwijl Lorelom voor het HO is ontwikkeld. Beide zijn afgeleid van de IEEE-LOM standaard.

Onder andere door de komst van Wikiwijs, waar alle onderwijssectoren bediend moeten gaan worden, kwam er de roep om beide standaarden te harmoniseren tot één standaard voor het gehele onderwijsveld. De afgelopen maanden heeft een projectgroep met vertegenwoordigers van o.a. Kennisnet, SURF en SLO zich hiermee beziggehouden. Hun planning was medio juni met een nieuwe standaard te komen en dat is ze gelukt. Hun eindrapport werd gisteren verstuurd (ongeveer op het tijdstip dat Arjan Robben scoorde tegen Uruguay).

Zaak is nu deze standaard geïmplementeerd te krijgen. Dat betekent onder meer dat organisaties die reeds een collectie leermaterialen hebben hun systemen moeten aanpassen aan de nieuwe standaard. Tevens moet met name voor het HO nu gewerkt worden aan de ontwikkeling van vocabulaires (waardenlijsten voor velden uit NL-LOM) voor enkele velden, zoals vakgebieden.

Daarnaast zal ook de roep om meer intelligente wijzen van labeling van leermaterialen steeds luider klinken (waarbij metadata automatisch afgeleid wordt uit de inhoud van het leermateriaal). Voor informatiekundigen (waartoe ik mezelf ook reken) worden het spannende tijden!

De versie die gisteren is rondgestuurd (en waarop ongetwijfeld nog amendementen zullen komen) is hier te downloaden.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 19 May 2010

OER en hergebruik

Alweer ruim een week terug van de jaarlijkse conferentie van het Open Courseware Consortium, ditmaal gehouden in Hanoi. In eerdere berichten heb ik regelmatig al gemeld dat het sustainability-vraagstuk voor OER-projecten (”Is er leven na de initiële projectsubsidie?”) een steeds terugkerend item is en deze conferentie was daar geen uitzondering op. Er is echter een tweede vraag die steeds terugkeerde: “worden de gepubliceerde OERs nu daadwerkelijk (her)gebruikt?”. Immers, er wordt veel energie gestoken in het beschikbaar stellen van OER door vele partijen, maar er is eigenlijk heel weinig bekend over wat er nu precies met al die open leermiddelen gebeurt. Het MIT doet regelmatig onderzoek hiernaar en over hun collectie met OERs is daarom redelijk wat bekend over de mate van hergebruik. Dat inzicht is bij andere collecties echter niet aanwezig en het zomaar extrapoleren van de resultaten van MIT naar andere verzamelingen roept op zijn minst enkele methodische vragen op. 

In Hanoi kreeg ik ook een paper in mijn mailbox dat verslag doet van een onderzoek naar daadwerkelijk behaalde voordelen van en uitdagingen voor OER in Hoger Onderwijs. Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie en een aantal gestructureerde interviews met vertegenwoordigers van enkele OER-projecten (waaronder ondergetekende over het OpenER-project). Een aantal resultaten uit dit onderzoek:

  • OER reduceert de kosten voor het ontwikkelen van digitaal leermateriaal niet. Het heeft addtionele funding nodig. Indirect wordt wel inkomsten gemeld door toename van aantal inschrijvingen en reductie van marketing kosten. Onduidelijk is echter of dit dekkend is voor de extra uitgaven. Er is echter onvoldoende bewijs dat de kosten voor materiaalontwikkeling zullen dalen als er meer OER beschikbaar komt.
  • QA rust voornamelijk op twee pijlers: “pride-of-authorship” en de procedures die een instituut al heeft voor regulier cursusmateriaal.
  • Er is behoefte aan systematisch onderzoek naar de mate waarin potentiële voordelen ook daadwerkelijk behaald worden. Dit omvat onder andere ook de mate waarin de OER daadwerkelijk wordt hergebruikt.

De paper is hier te downloaden. Er is ook een presentatie over gemaakt, te bezichtigen in Slideshare (beide verwijzingen openen in een nieuw venster)

Open Educational Resources Robert Schuwer | 28 Apr 2010

OER en boeken

De afgelopen paar dagen was ik in Brazilië om over het ontstaan en de aanpak van het programma Wikiwijs te vertellen. Naast mij waren er ook verhalen over Connexions (Rice University) en Flatworldknowledge. Tevens een project uit Brazilië zelf rondom creatie van OER.

Opvallend bij die andere projecten was dat het daar om tekstboeken ging. Flatworldknowledge heeft een (naar het lijkt duurzaam) businessmodel rondom OERs waar ze tekstboeken vrij beschikbaar hebben, maar waar ook tegen betaling allerlei verschijningsvormen van een tekstboek gekocht kan worden (tot en met een elektronische voor allerlei e-books). Idem bij Connexions, waar een gebruiker via een printing on demand het boek van zijn of haar keuze geprint en thuisbezorgd kan krijgen voor een zeer redelijke prijs. “A book gives the user a certain level of comfort” was een verklaring van Rich Baraniuk toen ik hem vroeg naar het succes van juist een boek.

Tekstboeken is niet waar we bij Wikiwijs aan denken. We hebben het over digitaal leermateriaal met interactieve werkvormen en interactiviteit is bij een boek ver te zoeken. Maar moeten we bij de successen van die andere projecten niet ook deze vorm wat serieuzer in beschouwing gaan nemen? Kan een boek in digitale vorm niet ook animaties en andere vormen van interactiviteit gaan bevatten? Het overdenken waard!

Open Educational Resources Robert Schuwer | 05 Apr 2010

Leerlijnen in Wikiwijs

Sinds de laatste blogpost is er op OER-gebied veel gebeurd. Ik zal hier na de mediastilte van de afgelopen maanden in de komende tijd weer regelmatig over berichten. Netwerk Open Hogeschool, het OERNed onderzoek, ShareTEC en Wikiwijs. Deze post gaat over leerlijnen in Wikiwijs, het onderwerp wat mij het meeste heeft beziggehouden.

SLO (stichting LeerplanOntwikkeling) heeft de volgende definitie aan leerlijnen gegeven (bij mijn weten de eerste, maar ik heb daar geen diepgaand onderzoek naar gedaan): “Een leerlijn is een beredeneerde opbouw van tussendoelen en inhouden naar een einddoel”. Laat nog veel ruimte over voor interpretatie (zoals “waar eindigt een lessenreeks en begint een leerlijn?”), maar is zeker werkbaar voor het doel waarvoor ik het binnen Wikiwijs wil gebruiken: het aanbrengen van een ordening in de “bak” met leermaterialen.

De problematiek speelt met name in het PO, VO en (in iets mindere mate) het MBO. De overheid heeft op een globaal niveau kerndoelen voor ieder vak geformuleerd en de taak van een docent is de leerlingen een zodanig programma voor te schotelen dat uiteindelijk alle kerndoelen behaald zijn. Voor de meeste docenten biedt de commerciële methode daarvoor voldoende garantie. Wanneer echter substantiële delen van zo’n methode vervangen gaat worden door eigen gemaakt of gearrangeerd leermateriaal, dan moet “iets” de docent de zekerheid geven dat ook dan de kerndoelen gedekt zijn. Die zekerheid moet een leerlijn bieden. Bij een leerlijn worden de kerndoelen vertaald in hele concrete leerdoelen (vaak tot op lesniveau) en worden te behandelen begrippen aan die leerdoelen gekoppeld. Door vervolgens aanwezig leermateriaal te oormerken (metadateren) met welke leerdoelen en begrippen behandeld worden wordt het voor een docent duidelijk hoe het leermateriaal past in een programma.

Er spelen veel onderwijskundige issues bij het samenstellen van een leerlijn, zoals de visie op onderwijs, de werkvormen en de didactiek. Om als informatiekundige grip op de problematiek te krijgen heb ik het geheel vertaald (”platgeslagen”?) in een datastructuur. Met behulp van een “good old” Entity-Relationship Diagram ziet het er dan als volgt uit (waarbij een pijl een 1:n (pijlpunt:pijlstaart) relatie weergeeft):

Concreet komt het er nu op neer de waardenlijsten (vocabulaires) die voor een vak op een niveau (bv. HAVO onderbouw) bij de leerdoelen, begrippen en de combinatie leerdoel/begrip horen op te leveren. Dat is het minimale instrumentarium dat nodig is om vervolgens waarden uit die waardenlijsten te koppelen aan aanwezige leermaterialen. De komende maanden is gepland dat voor een aantal vakken te gaan doen zodat in september de eerste leerlijnen, gevuld met leermaterialen, zichtbaar zullen zijn.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 16 Dec 2009

Wijs zonder wiki

Met name na de lancering van Wikiwijs op 14 december kwamen veel reacties via allerlei kanalen. Positief, maar ook kritisch en soms ronduit negatief. De meeste kritiekpunten hadden we als programmateam al ingecalculeerd en waren voor een groot deel ook terecht. Door de tijdsdruk die er op het project lag (dit kalenderjaar moest er “iets” online) lag het voor de hand dat nog lang niet alles perfect werkt. Deze proeffase dient dan ook ervoor dingen uit te testen en op basis van de ervaringen het platform verder uit te breiden en te verbeteren, zowel qua functionaliteit als qua inhoud.

Eén punt van kritiek begrijp ik echter niet. In diverse bronnen werd de verbazing geuit dat het geen wiki was. Uiteraard verwacht je een wiki bij een naam als Wikiwijs. In eerdere bronnen (het programmaplan en de initiële studie van CapGemini) is echter al aangegeven waarom we wel de wiki-gewijze gedachte implementeren (gezamenlijk werken aan leermateriaal), maar waarom we daarvoor niet voor een wiki-platform hebben gekozen. Al direct na de lancering van het idee door Ronald Plasterk in december 2008 kwam er van verschillende kanten terechte kritiek op het feit dat gesuggereerd werd leermateriaal op een wiki-platform te gaan ontwikkelen (zie bv. de blog van Margreet van de Berg).

De keuze om niet voor een wiki-implementatie te kiezen is onder andere gebaseerd op een principe dat voor mij al 25 jaar een leidraad is bij systeemontwikkeling. De functionele en kwaliteitseisen van een systeem worden afgeleid uit de kenmerken van de processen en activiteiten die door het systeem moeten worden ondersteund. Theo Bemelmans (afgebeeld op de bijgaande foto) heeft dit principe geformuleerd in een leerboek begin jaren ‘80 en sindsdien is een hele generatie informatiekundigen afgeleverd die dit principe kennen. Toch bestaat nog steeds de neiging uit te gaan van de eigenschappen van een tool wanneer het gaat om realiseren van geautomatiseerde ondersteuning voor activiteiten. Dat is wel eens geformuleerd als “wanneer je een hamer hebt lijkt ieder probleem op een spijker” (of een alternatieve formulering die ik van een oud-collega hoorde “in tijden van nood kun je aardappelen schillen met een bijl, maar handig is het niet”).

Er is een aanpak waarin de tool leading kan zijn, maar dat behelst ook het herontwerpen van de organisatie om de activiteiten zodanig uit te voeren dat de tool daarbij optimaal ondersteunt (Business Process Redesign). Dat is in het geval van Wikiwijs niet aan de orde.

Al eerder heb ik me verbaasd over de onbekendheid met dit principe in onderwijsland (voor de liefhebber: zie hier mijn bijdrage aan het liber amicorum ter gelegenheid van het emeritaat van Theo Bemelmans in 2004).

Open Educational Resources Robert Schuwer | 28 Nov 2009

CC-BY en overheid

Met de lancering van Wikiwijs naderend in deze blogpost toch weer even een bespiegeling over de door Wikiwijs gebruikte licentie Creative Commons Naamsvermelding (CC-BY). De afgelopen weken heb ik diverse discussies gehad, zowel binnen als buiten het Wikiwijs programmateam over deze keuze.

Onderbouwing voor deze keuze is o.a. te vinden in twee documenten. Het ene document is een rapport van Paul Keller van Kennisland en Wilma Mossink van SurfDirect dat eind 2008 is uitgebracht: Hergebruik van materiaal in onderzoeks- en onderwijsomgevingen. In dat rapport (gemaakt in opdracht van Surf) wordt geadviseerd voor open leermaterialen in het hoger onderwijs voor CC-BY te kiezen als licentie met de volgende motivatie: 

“Gezien de voorwaarde van SURF dat de keuze voor een licentie geen hindernissen moet opwerpen voor toekomstig gebruik van de repositories en mogelijk te ontwikkelen diensten die aangeboden worden”.

Het rapport is trouwens zeer lezenswaardig en bevat o.a. een analyse van allerlei open licentievormen en de mate van geschiktheid voor het leermaterialen.

Het tweede document is afkomstig van ccLearn: Why CC BY?. Hier is de volgende motivering te vinden om waar mogelijk voor CC-BY te kiezen:

“The CC BY license is the easiest way to ensure that your OER will have the maximum impact possible in terms of dissemination and reuse. Works licensed with CC BY can be redistributed and adapted without restriction other than attribution. This means the works can be translated, localized, incorporated into commercial products, and combined with other educational resources. CC BY allows these reuses by anyone for any purpose, all with credit to you, the original creator.”

Beide motiveringen geven dus de maximale herbruikbaarheid en verspreiding als onderbouwing. Dat betekent niet dat de discussie rondom licenties binnen Wikiwijs nu al beëindigd is. Ik verwacht hier de komende maanden en misschien jaren nog wel het een en ander. Zo is het voor mij voorstelbaar dat er zoiets komt als “CC-BY tenzij” voor leermaterialen in de Wikiwijs-repository. Het “tenzij” zou bijvoorbeeld kunnen gelden voor een foto in leermateriaal waarvan de rechthebbende het wel toestaat om te gebruiken, maar niet om het te wijzigen. De foto krijgt dan een variant van een CC-licentie (bv. CC-BY-ND. ND betekent “Non Derivative” ofwel “mag niet gewijzigd worden”). Daarnaast biedt het onderzoeksrapport van Dr. L. Guibault “Auteursrecht en Open leermiddelen” dat in juli 2009 is verschenen in opdracht van de stuurgroep van het programma ‘Stimuleren Gebruik Digitaal Leermateriaal’ nog genoeg voer voor discussies.

Wat de OER-beweging onder andere wil bereiken is het maximale hergebruik van open leermiddelen. Wikiwijs zie ik daar als een eerste stap in die richting en ik ondersteun daarom de CC-BY keuze ook van harte vanuit dat gezichtspunt bekeken. Er zijn echter meer maatregelen nodig en met name de overheid zou daarin het voortouw kunnen nemen. Eentje ligt er erg voor de hand:

Alle projecten met overheidssubsidie waarin leermaterialen worden ontwikkeld zouden in de voorwaarden moeten hebben staan dat alle leermaterialen na afloop van het project onder een CC-BY licentie beschikbaar moeten komen.

Een dergelijke maatregel zou de hoeveelheid maximaal herbruikbare open leermidelen aanzienlijk doen groeien. Overheid: durf dit aan!

(Afbeelding afkomstig van http://www.flickr.com/photos/creativecommons/ / CC BY 2.0)

Open Educational Resources Robert Schuwer | 20 Nov 2009

Wikiwijs en CPB

Hoewel het idee voor Wikiwijs pas eind 2008 door minister Plasterk wereldkundig werd gemaakt, waren er al eerder plannen in die richting. In dat kader werd een aanvraag ingediend voor realisatie van dat plan mbv FES-gelden. Het Centraal Planbureau heeft toen alle projecten die waren ingediend, beoordeeld. Het resultaat daarvan is te vinden in een rapport dat in april 2009 is gepubliceerd en hier te vinden (verwijzing opent in een nieuw venster). Nu inmiddels de testversie van Wikiwijs gelanceerd is, is het wel aardig eens terug te kijken naar het toenmalige negatieve advies van de CPB en na te gaan of de argumenten die toen golden, in het huidige Wikiwijs nog steeds geldig zijn.

Allereerst over de besteding van de gelden. In de beoordeling werd dit omschreven als “Het grootste gedeelte van de FES-aanvraag is
bestemd voor het afkopen van de auteursrechten van bestaand digitaal lesmateriaal”. Dit zou een marktverstoring veroorzaken. Actueel is een uitgangspunt van Wikiwijs dat niet wordt betaald voor content en licenties van software niet worden afgekocht.

Ook de effectiviteit wordt negatief beoordeeld. In de termen van het oordeel “Ten eerste is het beoogde verlagende effect op het lerarentekort niet evident.”. Een terecht oordeel, omdat m.i. dat verband er helemaal niet is. Hoogstens in hele indirecte zin wanneer een redenering wordt gevolgd waarbij aantrekkelijker maken van het vak van docent zou leiden tot meer instroom bij lerarenopleidingen en een aspect van die aantrekkelijkheid is dat docenten door toepassen van digitaal leermateriaal meer plezier gaan beleven in hun vak. Dat laatste wordt wel bevestigd door een onderzoek dat onlangs in de VS plaatsvond en waarvan ik de link naar de resultaten even niet beschikbaar heb. Die houdt u nog tegoed van me. Verder wordt opgemerkt in het oordeel “Ten tweede roept dit project de vraag op of het voldoende kwalitatief hoogwaardig
lesmateriaal gaat opleveren”, onderbouwd met verwijzingen naar een ervaring in Engeland en studies naar effecten van digitaal leermateriaal op leerprestaties. In Wikiwijs is van meet af aan gemikt op grote betrokkenheid van het veld. De grote uitdaging van Wikiwijs zal worden zo spoedig mogelijk het veld zich eigenaar laten voelen van Wikiwijs. Activiteiten en maatregelen op dat aspect zijn bijvoorbeeld de site www.wikiwijsinhetonderwijs.nl, een gebruikersadviesgroep die vergaand mede de richting van ontwikkeling van Wikiwijs bepaalt en met name bemensd door docenten en veel aandacht voor communityvorming rondom de leermiddelen in Wikiwijs. Met daarnaast de aandacht voor professionalisering van docenten op ontwikkeling en gebruik van digitale leermiddelen zou dit moeten leiden tot het beoogde “Wiki-gewijze” effect waar digitale leermiddelen worden ontwikkeld en doorontwikkeld door de community, waarbij de kwaliteit steeds hoger wordt.

De ongunstige beoordeling van de efficiëntie tenslotte wordt met name onderbouwd door de plannen digitaal materiaal aan te kopen. Zoals eerder is opgemerkt is dat binnen Wikiwijs niet aan de orde.

Een reis terug in de tijd zou in dit kader wel aardig zijn. Hoe zou het voorstel zijn beoordeeld als daarin alle inmiddels opgedane ervaringen en meningen verwerkt zouden zijn. Anderszins is de negatieve beoordeling natuurlijk ook van invloed geweest bij het vormgeven van de huidige plannen. In die zin is er natuurlijk sprake van een leereffect. Of, om in de termen van JC te spreken, “Elk nadeel hep zijn voordeel”.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 24 Oct 2009

stOER, OpenUP, Wikiwijs en….

Sinds de start van OpenER in 2006 is er rondom open content aan de OU veel gebeurd. Een stand van zaken op dit moment:

- OpenER is nog steeds in de lucht. Rondom OpenER ben ik momenteel bezig een business case te schrijven voor OpenUP. Dit op basis van ervaringen met en op aanvraag van het Cals college in Nieuwegein. Het afgelopen jaar hebben leerlingen daar OpenER-cursussen bestudeerd en er tentamen in gedaan, begeleid door eigen docenten. Dit is daar zo goed bevallen dat ze dit jaar weer willen starten hiermee en ze in hun kielzog ettelijke andere scholen meenemen. Intern zal er dan wel e.e.a. gestructureerd moeten worden en daar gaat de business case over.

- Spinozasite staat even stil qua ontwikkeling. Achter de schermen gebeurt echter wel het een en ander. Binnenkort wellicht meer nieuws!

- Zoals op Huisnet was te lezen is ook het project stOER gestart. Het uiteindelijke doel is een strategie rondom OER aan de OUNL te implementeren, waarbij de kosten van het gratis beschikbaar stellen van OER worden gedekt door allerlei diensten eromheen en een daarbij horende grotere toeloop van klanten. Een poging dus om OER op een duurzame wijze gerealiseerd te krijgen, onafhankelijk van projectsubsidies.

- De OUNL is samen met Kennisnet druk bezig met het realiseren van Wikiwijs, het landelijke platform voor creëren en delen van OER door alle onderwijssectoren. Wikiwijs kent een ambitieus tijdschema met een oplevering van de eerste versie op 14 december. De OUNL is met name verantwoordelijk voor Onderzoek (o.l.v. Hans van Buuren), Professionalisering (o.l.v. Darco Jansen) en Content (o.l.v. ondergetekende). Bij dit laatste project gaat het er niet om zelf content te maken, maar ervoor te zorgen dat (open) content beschikbaar komt, dat er een kwaliteits”systeem” gerealiseerd wordt, een model voor versiebeheer van de content ontworpen en geïmplementeerd wordt, en allerlei andere aspecten die direct met content te maken hebben.

Naast deze projecten lopen ook nog Netwerk Open Hogeschool (voornamelijk binnen Informatica), het EU-project ShareTEC (Europese repository voor OER voor Teacher Education), een project met DigilessenVO (een stichting van 30 samenwerkende VO-scholen waarin open leermaterialen worden gecreëerd en gedeeld), Leraar24 (voornamelijk vrij beschikbare video’s waarin aspecten van professioneel handelen van onderwijsgevenden in beeld worden gebracht), TenCompetence (ontwikkeling van open tools voor levenlang leren), en waarschijnlijk vergeet ik er nog wel enkele.

Concluderend mag wel worden gezegd dat het adjectief Open in onze naam zo een geheel nieuwe dimensie heeft gekregen.

Open Educational Resources Robert Schuwer | 05 Sep 2009

Taalkwestie

Photo by shawn-i-am@flickr.comGisteren was ik, ter gelegenheid van het afscheid van een oud-collega, uitgenodigd bij een BBQ aan de TUE, bij de vakgroep Information Systems van de faculteit Industrial Engineering & Innovation Sciences (in “mijn tijd” de vakgroep Information Technology bij de faculteit Technische Bedrijfskunde). Om eens te kijken wie er daar nog rondliep uit de periode dat ik er werkte bezocht ik hun webpagina. Daar viel mijn oog op de volgende passage uit een Engelstalige vacaturetekst voor een UD: “Candidates have an excellent mastering of the English language in writing and speaking; mastering of the Dutch language is a pro but not a strict requirement.”. Hoewel ik begrijp dat in de wetenschap Engels de lingua franca is, vond ik met name de laatste toevoeging toch wel erg ver gaan. Aan de TUE studeren in de Bachelorfase vooral Nederlanders en de UD zou ook daar colleges moeten verzorgen.

Navraag leerde me echter dat de achterliggende reden eenvoudig was. De vacature bestaat al enige tijd en er zijn geen Nederlandstaligen te vinden die in voldoende mate aan het profiel voldoen. Of zoals de vakgroepsvoorzitter het formuleerde: “Als we de keuze hebben tussen een goede Nederlander en een wat betere buitenlander die het Nederlands niet beheerst, kiezen we de eerste”.

Iets om over na te denken. Binnen onze OU zijn de meeste cursussen Nederlandstalig en de evaluaties bij OpenER leerden dat cursussen in een andere taal als een drempel worden ervaren. Zouden onze faculteiten, wanneer ze geen geschikte Nederlandstalige kandidaten kunnen vinden, dan toch een dergelijke passage in vacatureteksten moeten overwegen?

Open Educational Resources Robert Schuwer | 20 Jun 2009

Wikiwijswerkweek

WikiwijswerkweekDe afgelopen week zat de projectgroep Wikiwijs een aantal dagen “op de hei” om meters te kunnen maken met het in juli op te leveren projectplan. “De hei” was ditmaal het Studiecentrum Eindhoven, waar we uitstekend verzorgd werden door de staf van dat centrum, waarvoor mijn dank. Naast de vaste projectgroep (waar namens de OU Darco Jansen en ondergetekende deel van uitmaken) werden op gezette tijden ook anderen ingevlogen om deel te nemen aan de discussies en de planvorming.

Aan bod kwamen o.a. het bepalen van de stakeholders, de planning voor het hele programma met de onderlinge afhankelijkheden, de risico’s en maatregelen daartegen, juridische aspecten, communicatie, vastleggen van beelden van de diverse aspecten (zoals de rol van communities en de eisen die aan content moet worden opgelegd), kwaliteit van de content enzovoorts, et cetera. Al met al hebben we zeer veel voortgang gemaakt tijdens deze dagen en ik heb er groot vertrouwen in dat we zullen slagen in onze opdracht.

Onvermijdelijk tijdens dergelijke intensieve sessies zijn de momenten dat je even de teugels laat vieren en in een wat melige bui komt. Bij ons resulteerde dat in varianten op de naam Wikiwijs die bij een aantal aspecten van Wikiwijs gebruikt kunnen worden. Een kleine bloemlezing:

  • Een bus die het land rondtoert om Wikiwijs te promoten: maak een wikireis
  • De prijs voor de school met de beste bijdragen: de wikiprijs
  • Een reclametune (bijvoorbeeld op stations): wiki-wijsje…
  • …Uiteraard te beluisteren onder het genot van een wiki-ijsje…
  • …Aan je verkocht door een wikimeisje
  • Het programma van eisen: de wikilijst
  • Leermiddelen, gericht op de categorie senioren (HOVO): wikigrijs
  • En mocht het programma toch mislukken, dan komt de man met de wikizeis

Next Page »